De Dwarsfluit en de Piccolo

De dwarsfluit


   Een dwarsfluit is een pijp, waarbij het mondgat in de zijde wordt uitgesneden. De pijp wordt gewoonlijk aan de kant het dichtst bij het mondgat dichtgemaakt. De fluiten werden vaak gemaakt uit hout of bamboe en het instrument is cilindrisch (dat wil zeggen dat het overal even dik is.) Ze komen oorspronkelijk uit Azië, waar het al voorkomt op afbeeldingen uit de 9e eeuw voor Chr. Een dwarsfluit is aangenaam van klank en wordt in de meest uiteenlopende vormen van muziek gebruikt.
   De westerse klassieke dwarsfluit bereikt Europa in de 12e eeuw na Chr. Destijds werd het instrument hoofdzakelijk militair gebruikt. In het midden van de 17e eeuw was het belangrijk geworden voor de opera en het hoforkest. De huidige moderne fluit is ontwikkeld door Theobald Boehm in München, omstreeks 1830. De zogenaamde houten of veelal metalen "Boehm-fluiten" worden heden ten dage in orkesten over de hele wereld aangetroffen.
   Een dwarsfluit is ongeveer 66 cm lang en 2,5 cm in doorsnede.

De piccolo


   Omstreeks 1800 verscheen de piccolo in de orkesten. Het verschil tussen een piccolo en een "gewone" dwarsfluit is het formaat, de piccolo is maar half zo lang als een dwarsfluit. Daardoor speelt de piccolo een octaaf hoger. Hij wordt vanwege zijn hoge en daardoor ver dragende en goed hoorbare geluid, veel gebruikt bij marsmuziek. Ook het spelen van orkestsolo's en het doubleren van een fluit behoort tot het repertoire.
   "Piccolo" is een afkorting van het Italiaanse "flauto piccolo" wat "kleine fluit" betekent. Een piccolo is zo'n 33 cm lang en 1,3 cm in doorsnede.

Bereik

Hiernaast is het bereik van de dwarsfluit aangegeven.
Het bereik van de piccolo ligt een octaaf hoger.

Grepentabel

Als U op onderstaande link klikt, ziet U een grepentabel voor de dwarsfluit. Er staat bij vanaf welke greep dit ook voor de piccolo geldt.
Grepentabel voor de dwarsfluit